RechtBank.nu Nieuws

Op de hoogte blijven van uitspraken?

Vraag nu een gratis proefabonnement aan op onze juridische kennisbank: www.rechtbank.nu/proefabonnement


LJN Nummer ECLI:NL:RVS:2013:1700

Beperking LPG-doorzet vanwege overschrijding groepsrisico.

Het groepsrisico wordt al overtreden door de verkoop van LPG. Door een maximum voor te schrijven wordt voorkomen dat het groepsrisico met meer dan 4,2 wordt overtreden. Als dit het plaatselijke risico zou zijn geweest, dan zou het bevoegd gezag de mogelijkheid om LPG te verkopen hebben ingetrokken. Bij een groepsrisico is dan niet nodig. Er wordt van het bevoegd gezag alleen gevraagd dat ze weet wat het groepsrisico is en dat ze heeft nagedacht hoe is daarmee omgaat. Klaarblijkelijk vindt het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort dat het groepsrisico mag worden overtreden, omdat nu eenmaal al zeer lang LPG op die plek wordt verkocht, maar wil ze voorkomen dat het groepsrisico nog slechter wordt, zodat ze maximum heeft voorgeschreven.

Heeft Shell daar nu last van? Ach, zo goed gaat de verkoop ook weer niet! In 2007 werd 512 m³ verkocht, in 2010 797 m³ en in 2013 zal er hooguit 850 m³ worden verkocht. Met andere woorden: het maximum is nog lang niet bereikt, zodat de maximumdoorzet niet onnodig bezwarend is.

Feiten

Bij besluit van 18 oktober 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort nadere vergunningvoorschriften verbonden aan de aan Shell Serva verleende omgevingsvergunning voor een herstelinrichting voor motorvoertuigen annex tankstation met verkoop van LPG aan de Nijverheidsweg-Noord 24-28 te Amersfoort. Daardoor mag Shell Serva maximaal 1.000 m³ per jaar verkopen. Shell Serva dient tegen dit besluit beroep in.

Rechtsvraag

Shell verzet zich tegen deze maximale doorzet. Hij vindt dit onnodig bezwarend. Het college vindt dit wel nodig omdat anders nog meer het groepsrisico wordt overtreden.

Uitspraak

Het college heeft bij besluit van 18 oktober 2011 met toepassing van artikel 2.31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wabo vergunningvoorschriften 1.1.1 en 1.1.2 aan voornoemde omgevingsvergunning toegevoegd. In vergunningvoorschrift 1.1.1 is bepaald dat de doorzet van LPG binnen de inrichting minder dan 1.000 m³ per jaar moet zijn. Het college heeft aan zijn besluit de motivering ten grondslag gelegd dat de beperking van de doorzet nodig is omdat daardoor de veiligheidsrisico’s voor de omgeving worden beperkt, waardoor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de inrichting niet langer worden belemmerd, terwijl voor Shell Serva de vaststelling van de maximumdoorzet niet onnodig bezwarend is.

In het rapport zijn de resultaten van de berekening van het groepsrisico van onder meer de inrichting neergelegd, waarbij een jaarlijkse doorzet tot minder dan 1.000 m³ LPG als uitgangspunt is genomen. In het rapport staat dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij een maximumdoorzet van minder dan 1000 m3 LPG per jaar met een maximaal quotiënt van 4,2 wordt overschreden.

Voor zover Shell Serva stelt dat in het rapport ten onrechte de risico’s voor de omgeving bij een grotere doorzet niet inzichtelijk zijn gemaakt, overweegt de Afdeling dat, zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen, het standpunt van het college dat het toestaan van een grotere doorzet leidt tot grotere nadelige gevolgen voor het milieu aannemelijk is. Het college heeft er derhalve voor kunnen kiezen zich bij het onderzoek van de veiligheidsrisico’s van de inrichting te beperken tot een jaarlijkse doorzet tot minder dan 1.000 m3.

Vast staat dat de doorzet van LPG binnen de inrichting in 2007 ongeveer 512.411 liter en in 2010 797.457 liter bedroeg. Ter zitting heeft Shell Serva toegelicht dat de doorzet in 2013 naar verwachting ongeveer 800.000 tot 850.000 liter zal bedragen. Het college heeft aan het besluit van 18 oktober 2011 ten grondslag gelegd dat bij een begrenzing tot minder dan 1.000 m³ LPG per jaar nog een toename van ongeveer 25 % kan worden gegenereerd, wat Shell Serva niet heeft betwist.

Gelet op het vorenoverwogene, heeft de rechtbank terecht overwogen dat niet aannemelijk is geworden dat de beperking van de doorzet tot minder dan 1.000 m³ LPG per jaar onredelijk beperkend is voor de bedrijfsvoering van Shell Serva.

Partijen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aucarmo B.V., handelend onder de naam Shell Serva B.V., gevestigd te Amersfoort,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 19 juni 2012 in zaak nr. 11/3932 in het geding tussen:
Shell Serva
en
het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort.



Op de hoogte blijven van uitspraken?
Vraag nu een gratis proefabonnement aan op onze juridische kennisbank: www.rechtbank.nu/proefabonnement